Het leven na pensioen: boeiend of ééntonig - lees verder

Toen ik nog werkte, was het leven soms zwaar, maar nooit voorspelbaar. Er was altijd wel iets: een nieuwe taak, een verandering in het bedrijf, een collega die je aan het lachen bracht, of eentje die je deed zuchten. Zelfs de sleur had beweging. En als je thuiskwam, was je soms blij dat je even alleen kon zijn. Dat je gewoon de was kon doen, of de keuken kon opruimen, zonder iemand die iets van je nodig had.

Nu is het anders. Er is altijd wel iets te doen, dat blijft , maar ik heb niet altijd zin om er alleen naartoe te gaan. Mijn partner werkt nog fulltime als kok in een rusthuis, en dat maakt dat veel dingen op mijn eigen ritme gebeuren. Rustig, stil, soms wat te stil.

En dan is er nog dat andere gevoel: dat flexijobs, die ooit bedoeld waren voor mensen zoals ik, nu vooral worden ingevuld door jonge mensen die geen fulltime contract willen. Ze werken niet voltijds voor hun baas, maar de dagen dat ze thuis zijn, gaan ze wel flexijobben. Dan denk ik: laat die jobs voor mensen die met pensioen zijn, of voor wie na 35 jaar plots aan de kant wordt gezet omdat het bedrijf naar goedkopere landen verhuist. Maar dat is een andere discussie.

Wat ik eigenlijk wil zeggen: pensioen is geen verveling, maar wel ééntonig. En misschien is dat oké.

Misschien is ééntonigheid gewoon een andere vorm van leven. Een leven zonder grote golven, maar met kleine rimpelingen. Een leven waarin je niet meer wordt geleefd door agenda’s, deadlines en verwachtingen. Een leven waarin je zelf kiest wat je doet, of wat je laat.

Boeiend? Ja, maar op een stille manier.
Saai? Soms, maar nooit leeg.
Rustig? Altijd.
En misschien is dat precies wat deze fase van het leven moet zijn.

Lege stoel bij het raam in het ochtendlicht.
Koppel dat hand in hand wandelt aan de zee.