Wanneer iets moois kantelt - Deel 1.

Maanden gingen voorbij, ik leerde alles een beetje kennen en kon al goed mijn plan trekken. Mijn collega H. was zeer tevreden over mijn werk en dat gaf mij een goed gevoel.

Op een woensdagavond, na een lange dag werken, kreeg ik plots een telefoontje van mijn bazin. Ze zei: “Ik zeg dat veel te weinig tegen mijn mensen, maar ik ben echt heel tevreden over jou.” Dat deed iets met mij. Mijn hele avond voelde ineens lichter. Het was zo’n simpel, onverwacht compliment dat recht binnenkomt.

Toen ik het aan mijn partner vertelde, keek hij op. “Amai,” zei hij, “dat heb ik nog nooit meegemaakt, een baas die ’s avonds belt om te zeggen dat ze tevreden is.

De weken nadien ging ik met nog meer plezier werken, maar ik merkte aan mijn bazin dat zij anders tegen mij begon te doen. Mijn collega H. vond haar soms ook een beetje vreemd doen. Maar wij deden gewoon ons werk.

Op pinksterzondag 24-05-26 en zondag 31-05-26 waren het opendeurdagen. Heel veel werk om alles op punt te krijgen, maar H. en ik deden dit met de smile en soms met wat overuren.

Die twee zondagen hebben wij keihard gewerkt. Ik stond in voor de fakturatie en H. zorgde dat alles vlot verliep. Het was zo druk dat wij nog geen tijd hadden om naar het toilet te gaan. Maar, we did it. Mijn bazin had die dagen enorm veel kunst verkocht.

Dinsdag na de twee opendeurdagen stuurde mijn bazin mij een mail om mij te bedanken voor het goede werk van de afgelopen twee zondagen. Dat ik ondanks de drukte het hoofd koel gehouden had en dat ik de fakturen en alles daarrond zo goed als foutloos afgehandeld had.

De dag nadien ging ik gewoon werken. Het was druk maar de sfeer was normaal. Vrijdag ging ik nog een halve dag werken en toen kreeg ik te horen dat ik maar stilaan ander werk moest gaan zoeken. Dit kwam als een donderslag 🌩️ bij heldere hemel. Ik voelde mij gebruikt om de opendeurdagen te overbruggen.

Maar nu komt de echte reden. Het begon onschuldig. Een kennis van haar, iemand die een paar straten verder woont, schoof stilletjes haar leven binnen. Eerst met kleine dingen: een klusje hier, een levering daar. Maar weekend na weekend werd zijn/haar aanwezigheid zichtbaarder. Hij/zij begon te factureren, nam taken over die eigenlijk de mijne waren, en voor ik het goed en wel besefte, stond hij/zij op plekken waar ik vroeger stond.

Afgelopen woensdag hebben H. en ik nog met onze bazin gesproken, maar het haalde niets uit. Ik hoefde niet meteen te vertrekken, zei ze, maar eerlijk: op dat moment was mijn motivatie al volledig weg. Er werden dingen gezegd die hard binnenkwamen, zonder filter, zonder respect. En toen wist ik het. Ik moest de eer aan mezelf houden. Dus bracht ik het interimkantoor op de hoogte: voor mij stopt het hier.

En zo zie je maar: iets wat begint als iets moois, kan onverwacht en bruusk eindigen. Soms op een moment waarop je er helemaal niet op voorzien bent. Het leven trekt dan een streep waar jij die niet zag komen, en je blijft achter met vragen, met pijn, met dat wrange gevoel van gebruikt te zijn.

Maar tegelijk ook met een besluit: jezelf recht houden, je waardigheid bewaren, en verdergaan met opgeheven hoofd.

Silhouet van een man die rustig door een deur loopt.

Wanneer iets moois kantelt - Deel 2

Er zijn van die mensen die je pad kruisen en meteen blijven hangen. Toen ik op 10 december 2025 begon bij een kunstenares in Genk, was H zo iemand. Vanaf dag één klikte het tussen ons. Zij was degene die mij alles leerde, met geduld, met een smile, en altijd opnieuw, zelfs als ik iets tien keer vroeg.

We hebben daar hard gewerkt, maar ook veel gelachen. H. was de spil van de kunstzaak, de stille motor die alles draaiende hield.

Meer dan vijftien jaar heeft zij zich ingezet, met hart en ziel. Geen geklaag, geen gejammer. Alles moest tot in de puntjes verzorgd zijn, en als je iets niet wist of niet vond, dan wist H. het altijd. Van exposities tot verkoop, van administratie tot het zorgen voor de demente vriend van de kunstenares, zij deed het allemaal. Je moet het toch maar doen.

En dan, vorige week, kantelde het. Zomaar. Uit het niets.

H. werd op staande voet ontslagen. Na meer dan vijftien jaar. Alsof al die inzet, al die trouw, al die jaren er plots niet meer toe deden. Eén iemand had zich stilaan binnen gewrongen en nam stap voor stap alle taken over, eerst de mijne, daarna die van H. En zo kwam het verhaal dat de kunstenares “geen werk meer genoeg had”. Voor H. voelde het als een donderslag bij heldere hemel.

Ze nam zelfs haar echtgenoot mee voor een gesprek, in de hoop dat er nog iets te redden viel. Maar er viel niet meer te praten. De deur was dicht. De beslissing stond vast.

Zo zie je maar. H. was al die jaren als een dochter voor haar, en toch eindigde het zo. Van vandaag op morgen. Zonder dank, zonder afscheid, zonder respect.

Mijn buikgevoel zegt dan weer hetzelfde als altijd: vertrouw nooit iemand volledig, want vandaag ben je een held en morgen sta je op straat.

Maar tussen al dat kantelen, tussen al dat verlies, is er toch één lichtpunt. H. en ik hebben een mooie vriendschap opgebouwd. Een vriendschap die niet afhankelijk is van een kunstzaak, een baas of een job. Een vriendschap die blijft, ook nu alles weggevallen is.

En dat, denk ik, is het enige dat niet gekanteld is.

Lege stoel voor het raam met een schildersstatief met zonlicht.